Zwoele verhalen

Hete nacht met Linda

Het was erg druk in de HEMA die ochtend. Ze hadden de T-shirts op een andere plek liggen, ik tikte een vrouw die voor me stond zacht op haar schouder. ‘Weet U misschien waar ze de T-shirts heb…ehhhh…Linda?’ De vrouw voor me had haar zonnebril afgezet en op dat moment herkende ik haar. ‘Herman? Dat is lang geleden.’ Ik omhelsde haar en bekeek haar nog eens goed. Het was inderdaad een tijd geleden dat we elkaar hadden gezien. ‘Ga je mee wat drinken?’ Voor ze antwoord gaf nam ik haar hand en nam haar mee naar de lunchroom en toen we even later aan de enigste lege tafeltje zaten, zag ik dat ze er slecht uit zag. ‘Vertel eens hoe is het met je, werk je nog steeds bij ‘Janssen’

Wat een leuke tijd was dat hè’ Even zag ik een flikkering in haar ogen, haar gezicht fleurde even op. ‘Ja dat was het wel, maar ik ben afgelopen winter ontslagen, je weet wel inkrimpen en zo.’ Haar ogen stonden weer dof en ik zag een traan opwellen. Na een diepe zucht begon ze te vertellen, ik zat geoeid te luisteren naar haar verhaal over een overspelige echtgenoot, scheiding en haar ontslag. Ze woonde tijdelijk in een caravan op de camping hier vlakbij. Toen ze na een minuut of tien zweeg, had ze tranen in haar ogen en zat als een klein zielig vogeltje in elkaar gedoken op haar stoel. Het koste me moeite om de juiste woorden te vinden. Ik had altijd al een zwak voor haar gehad. Ze had gewerkt op de administratie en ik in de buitendienst. Ze was degene met wie ik altijd het meeste contact had en zodoende spraken we elkaar in die tijd zeker een keer of drie per dag. Soms zag ik haar en ik moet eerlijk toegeven ik was best verliefd op haar geweest, maar omdat ze getrouwd was heb ik daar nooit iets mee gedaan.

Ik stelde voor om ons gesprek bij me thuis voor te zetten, want ik verwachtte een lading hout en ik moest dusom vijf uur thuis zijn. ‘En als je zin heb dan blijf je gewoon eten, ik zou het reuze leuk vinden heb ik ook weer eens aanspraak.’ Ze lachte en knikte. Ik schoof haar fiets achter in mijn auto en snel reden we naar mijn huis. Ze keek haar ogen uit toen we de lange weg op draaide in de polder, ‘Waar gaan we in hemelsnaam heen? Dit is volgens mij het einde van de wereld en jij rijd nog verder.’ Ik lachte en legde uit dat ik wel blij was met het huisje aan het eind van deze doodlopende weg in het niemandsland. Ik had het oude boerderijtje geerfd van mijn oom. Hij had me ook een flinke som geld nagelaten. Ik wilde dat geld besteden aan het opknappen van het oude boerderijtje. Het was een bouwvallig geheel geweest en toen ik de laatste dieren verkocht vroeg de veehandelaar of ik het geld ook in het koffertje zou doen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *